U bent hier

Eperon d'Or in Izegem - In het spoor van pioniers

Eperon d'Or Openbaar Kunstbezit Vlaanderen

 

Het is gemakkelijk om in Eperon d’Or te blijven ‘pekken’, zoals ze dat in Izegem voor plakken zeggen. Steek het op de zinnenprikkelende schoenen en borstels, art deco en sightseeing.

 

Dat je het in de culturele sector niet te snel mag opgeven, bewijzen ze in Izegem. De conservator van Eperon d’Or, Hilde Colpaert vertelt dat er al in de jaren 1980 sprake was om het toen al eng behuisde schoenmuseum in Eperon d’Or, een voormalige schoenfabriek, onder te brengen. “Na haar faillissement in 1967 werd de fabriek opgekocht door een houtbedrijf dat de achterliggende fabriekshal gebruikte en het voorgebouw in art-decostijl een tiental jaar verhuurde. Daarna stond het te verkommeren. Wanneer eind jaren 1990 de eigenaar het voorgebouw wilde slopen, had de toenmalige schepen van cultuur Gerda Mylle oren naar onze alarmkreten. Het stadsbestuur zette de procedure voor de bescherming en het project van de oude schoenfabriek als museum in gang. Vorig jaar verhuisden eindelijk zowel het borstel- als het schoenmuseum naar Eperon d’Or dat intussen eigendom van de stad was geworden.”

 

“De schoenfabriek, de fabriekshal van het huidige museum, werd gebouwd in 1910 door Emiel Vandommele. Hij had het beroep en het bedrijf van zijn vader overgenomen. Zijn vier zonen kwamen alle vier in het bedrijf, elk met een eigen functie (en eigen auto in de garage). De naam ‘gouden (rij) spoor’ is mogelijk genoemd naar de paardenliefhebberij. Het art-decogebouw van de architect Charles Laloo moest halfweg de jaren 1930 hun imago van leverancier voor zowel het Belgische als het Luxemburgse hof in de verf zetten. Het huidige opschrift Eperon d’Or en de schilden van de twee landen op de gevelfries in vandaag ververst bladgoud waren dan weer eerherstel voor het hof na de koningskwestie.”

 

In de toren werd een 6.000 kg zware stalen trap opgehangen waarmee het restauratie- en renovatieteam 4 CV (Sabine Okkers, Geert Pauwels, Francis Catteeuw, Joke Vermeulen) een mooi contrast verkreeg met de authentieke granito vloeren en de muren en lijnen in diepe kleuren. Het gebouw dat al lang had leeggestaan en dat zelfs reizigers op het nabijgelegen spoor nieuwsgierig maakte, lokte intussen al 20.000 bezoekers.

 

Op het dak is discreet een ‘gouden schoendoos’ geplaatst die dienst doet als streekbezoekerscentrum. Je kan er de Leiestreek verkennen met een interactieve kaart (i.s.m. Westtoer) en door viewmasters naar het Izegemse fabrieksverleden loeren. Vergeet niet ook eens naar buiten te kijken naar de lange rij zaagtanddaken.

 

Van hieruit zie je ook de opvallende schoorsteen van nog een ander museum van de site Eperon d’Or, het Museum Stoom en Stroom, waar de grootste stoommachine van ons land bewaard wordt.

 

Paddestoelenleder

 

Het museum maakt zich sterk minstens één schoen te tonen van elk Izegems schoenbedrijf(je) dat ooit bestond, na de Tweede Wereldoorlog waren dat er 118 tegelijk. De neuzen van die stoet schoenen wijzen allemaal in dezelfde richting. Je zou het de richting van de toekomst kunnen noemen. Op de site is er daarom een Huis van de Economie ingericht waar Izegemse ondernemers gebruik van kunnen maken.

 

Hilde Colpaert: “Het museum heeft zelf ook de opdracht innovatieve en duurzame technieken of grondstoffen in de schoen- en borstelnijverheid op te sporen en door te geven. Dat resulteerde onder meer in een workshop bacterieel leder of paddenstoelenleder waarbij je je eigen materiaal kan laten groeien met plantaardige ingrediënten (in het kader van het Maak het mee-project van Resoc en Erfgoedcel BIE). De workshop werd gegeven door Magma Nova Gent dat werkt rond biofabricage. Het schoenmuseum werd destijds in 1968 en het borstelmuseum in 1981 opgericht, wat overeenkomt met de periode waarin deze bedrijfstakken het moeilijk kregen. Naast de borstelmachinebouwer Boucherie Borghi Group, die een speler op wereldniveau is, zijn er momenteel in Izegem en de directe omgeving nog steeds zeven borstelbedrijven, en met Mareno is er nog een Izegemse schoenfabrikant. Studenten schoendesign van Syntra West laten zich hier inspireren door oude technieken of materialen en exposeren hier hun eindwerk.”

 

Ook een museum gaat bij een verhuis nadenken over zijn spullen. Hilde Colpaert: “Achteraf gemaakte kopieën van historische schoenen of etnisch schoeisel meegebracht door missionarissen behoren niet meer tot onze corebusiness. Sien - The art of exposure focuste zich voor de presentatie op lokaal en vakmanschap. De criteria innoverend en duurzaam zijn intussen in het nieuwe beleidsplan 2019-2023 opgenomen.” Het is verfrissend om op het ‘schoon’ verdiep, waar zich vroeger de showroom en het kantoor van de directeur bevonden, de mijlpalen van de schoennijverheid te bewonderen, allemaal van Izegemse makelij. Die bonte geschiedenis begint zowat bij de laarzen die Eduard Dierick in 1830 voor Willem I naaide. Zoals overal had je naast de lokale kuiper, hoefsmid en bakker ook de schoen- of klompenmaker. Hilde Colpaert: “In Izegem nam Dierick echter een patent op waterdichte schoenen. In plaats van houten pinnetjes, gebruikte hij koperen nageltjes en een varkensblaas. Zijn zoon Emiel noteerde de werkwijze en andere vooruitstrevende technieken in een handboek. Dat legde de basis voor de schoenopleiding in Izegem waardoor het aantal bekwame schoenmakers fors toenam.”

 

Ook in de borstelnijverheid had je een Izegemse pionier. Hilde Colpaert: “Door zijn strategische ligging voorzag Izegem het regionale linnengebied van reeborstels, die nodig waren om de kettingdraden van het weefgetouw te versterken door ze in te strijken met een papje. Een andere Eduard, Deryckere, begon vanaf de jaren 1860 dierenhaar te vervangen door goedkopere plantaardige vezels die hij uit het buitenland invoerde en richtte zich ook op de buitenlandse afzetmarkt. Iedereen kan trouwens nog namen toevoegen aan de eregalerij van personen die Izegem mee gemaakt hebben.”

 

Verhaal van mensen

 

Hilde Colpaert: “Even werd overwogen om schoenen en borstels door elkaar te presenteren. Ze vertellen nu eenmaal hetzelfde verhaal van de op- en neergang van de Izegemse industrialisering die de stad internationaal op de kaart zette. Het waren verder echter twee gescheiden werelden. Een schoen heeft meer prestige dan een borstel. Een schoenmaker liep vakschool om de knepen van de ergonomie en het vakmanschap te leren en verdiende meer. Een oud-borstelfabrikant getuigt vandaag nog dat zij ‘maar’ bustels maakten.”

 

Eperon d’Or brengt hulde aan al die mannen die de borstels (en schoenen) pekten, en de thuiswerkers, meestal vrouwen, die de borstels trokken. De originele vitrines en gerichte verlichting maken duidelijk: ‘Dit is niet zomaar een borstel’. 

 

Er zijn gelegenheidsborstels en luxe-exemplaren met borstelhouders van zeldzame houtsoorten, ivoor of zelfs schildpad. Bij een collectie van 287 tandenborstels in been uit 1900-1925 zie je hoe het varkenshaar door de gaatjes is getrokken. Maar ook ons banale houten afwasborsteltje ga je achteraf met meer respect behandelen. De vezels, van tampico, worden in Mexico geslagen uit de bladeren van de agaveplant.

 

Hilde Colpaert: “Meer dan in de vorige musea werd het menselijke verhaal gekozen als uitgangspunt. In het art-decogebouw zijn de schoenfabrikanten en borstelfabrikanten of -baronnen aan het woord. In de fabriekshal zijn dat de stikkers, de pekkers en borsteltrekkers. Vrouwen kiezen liever voor de schoenentoer, om niet aan schrobben herinnerd te worden, maar met de pekkerstoer, die schoenen en borstels combineert, gaat er een wereld open.” Welke kwaliteiten mag een snor- of een pianoborstel dan wel hebben? En kan je voelen of een borstel van dierenhaar, plantaardige vezel of kunststof gemaakt is? Groot en klein kunnen hier een borstel trekken of een schoen samenstellen met de verschillende bovenleders.

 

Maar welke schoenen trek je aan als je een expertisecentrum bezoekt? Achteraf had ik me beter afgevraagd met welke borstel ik mijn haar had gekamd. Zou de conservator gezien hebben dat het niet met een borstel van everzwijnhaar
was, wat het ideale dierenhaar blijkt te zijn om de minuscule schubjes van onze haren in dezelfde richting te leggen zodat de een mooie glans krijgen? Die know how bezitten ze nog in Eperon d’Or en daar kan je in de museumshop je voordeel mee doen. Het lijkt wel op de drogisterij van vroeger. Plantaardig in plaats van met chroom gelooid leder en zolen gemaakt van sojavezels? Het verhaal is niet af.

 


Archief:

Nationaal Borstel- en Schoeiselmuseum in Izegem. OKV2010, nr. 5, blz. 26-29

www.tento.be