U bent hier

Constantin Brancusi - Abstract Figuratief

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Constantin Brancusi
Constantin Brancusi, Prometheus, 1911

 

Bij elke editie van Europalia is het uitkijken naar de buitenkansen die zich voor de kunstliefhebber aandienen. Dit jaar wordt op Roemenië gefocust en BOZAR pakt uit met een overzichtstentoonstelling van Constantin Brancusi (1876-1957), de man die als geen ander zijn stempel heeft gedrukt op de moderne beeldhouwkunst wereldwijd.

 

EEN PRIMEUR

Artistiek directeur Dirk Vermaelen noemt de Brancusi-tentoonstelling zonder aarzelen het paradepaardje van Europalia Roemenië: “Het klinkt misschien verwonderlijk, maar nooit eerder was er een individuele tentoonstelling rond Brancusi te zien in ons land. Dit is echt een primeur, aangevuld met werk van illustere tijdgenoten: Marcel Duchamp, Man Ray, Modigliani, Rodin. Het was een hele klus om dat allemaal in een coherent verhaal te gieten, maar wij zijn tevreden met het resultaat.”

 

Het meest representatieve wat ooit van Brancusi in België getoond werd waren drie topstukken op de spraakmakende tentoonstelling Vijftig Jaar Moderne Kunst op de Wereldtentoonstelling van 1958.

 

Dit wordt dus een eerste echte kennismaking, los van mythen en vooroordelen.

 

Binnen het modernisme staat Brancusi als voorloper op een eenzame onaantastbare hoogte. Maar die uitzonderingspositie heeft zoals wel vaker gebeurt een hele mythevorming gegenereerd waaraan de kunstenaar zelf geen schuld heeft. Het romantische beeld draagt dan wel een kern van waarheid, maar het is aangedikt tot een karikatuur waarmee deze tentoonstelling kan afrekenen. Akkoord: hij heeft hout leren bewerken op het Roemeense platteland en hij is er altijd fier op geweest dat hij die techniek bijzonder goed beheerste. Dat ontlokte hem trouwens de boude uitspraak dat enkel Roemenen en Afrikanen weten hoe zij hout moeten bewerken. Waarvan acte.

 

RODIN

Na omzwervingen via Boekarest en München belandt Brancusi in Parijs. Daar krijgt zijn artistieke droom zijn beste invulling: in de nabijheid van Auguste Rodin. Van januari tot april 1907 werkt hij in diens atelier. Rodin is de enige beeldhouwer die tot de essentie doordringt, die de kern der dingen wil uitdrukken. Brancusi streeft hetzelfde doel na, vandaar dat hij Rodins aanbod om zijn assistent te worden niet aanneemt. “Er kan niets groeien in de schaduw van een grote boom,” luidt Brancusi’s nuchtere vaststelling; meteen een dubbel statement: een hulde aan de reële grootheid van Rodin en het vaste geloof in zijn eigen kunnen.

 

Bovendien gaat hij andere bronnen aanboren. Via het werk van Gauguin ontdekt hij het primitivisme, een andere manier om alle bijkomstige ballast overboord te gooien. Zijn werk De Kus uit 1907 geldt haast als manifest voor een totaal nieuwe manier om het thema aan te pakken. Op het eerste gezicht is dit niet meer dan een ruw bewerkte blok steen, waarin twee op elkaar gedrukte figuren amper te onderscheiden zijn, maar waarin de essentie van het tedere en het intieme afleesbaar is voor wie kijken wil.

 

Intussen grijpt Brancusi naar nog meer radicale oplossingen. Hij stapt af van de gangbare praktijk van de opbouw van het beeld uit klei rond een metalen skelet en opteert voor het rechtstreeks behouwen van het materiaal: de ‘taille directe’. Ook werkt hij niet langer naar levend model. Hij wil voortaan de essentie in het blok opzoeken, in feite het ideaal van Rodin via andere wegen bereiken.

 

Dirk Vermaelen: “Het is opmerkelijk te zien hoe hij meer en meer de vorm gaat sublimeren. We zien hoe een nog erg realistisch kinderhoofdje evolueert naar zijn oervorm. Zijn Prometheus ziet er op het eerste gezicht uit als een ei, maar gek genoeg herken je er nog het origineel in. En dan experimenteert hij met hetzelfde thema in andere materialen.”

 

Als geen ander heeft Brancusi respect voor het materiaal en weet hij het tot zijn zuiverste vorm te bewerken. Hout, metaal, steen, je kan hem niet echt op een uitgesproken voorliefde betrappen.

 

DE ZUIVERE VORM

Helemaal in de lijn van Brancusi die er alles aan deed om zijn artistieke intenties duidelijk kenbaar te maken, wil de tentoonstelling de oorsprong van een aantal werken documenteren. Zijn Muse endormie geldt als uithangbord voor Europalia Roemenië. De ovalen vorm primeert; ogen, neus en mond zijn amper aangegeven. Interessant wordt het om dit te vergelijken met de eerste vorm van het werk en dan blijkt dat de kunstenaar oorspronkelijk een volledig vrouwenbeeld had gemaakt en uiteindelijk enkel het hoofd heeft overgehouden. Het resultaat is schitterend omdat het de volle aandacht concentreert op die ene vorm, ovaal en schuin. Dat is ook hetgeen Man Ray sterk heeft aangesproken. Zijn iconische foto Blanche et noire, een blank model met gesloten ogen naast een houten Afrikaans masker is een parafrase van en een hommage aan Brancusi.

 

Al is Brancusi een grote aanhanger van vereenvoudiging, simplisme brengt hem wel tot razernij. Dat geldt dan voor de manier waarop zijn werk zonder zin voor nuance wordt gecatalogeerd. Hij weigert als abstract te worden bestempeld. Hij betoogt dat hij juist heel concreet is, omdat hij de zaken tot in de kern uitdiept. Hoe strak de reductie ook is, een dier blijft een dier, een mens, een mens.

 

Zo wordt het mythologisch verhaal van Zeus’ verleidingspoging op de hem afwijzende Leda gesublimeerd tot de uitgezuiverde silhouet van een zwaan. Het beeld dat hij Leda noemt plaatst hij op een roterende basis en zo filmt hij het, minutenlang. De traag ronddraaiende sculptuur toont zich vanuit elke gezichtshoek. Dat is haar sterkte, zo wil de kunstenaar dat zij gezien wordt.

 

EEN DRUK ATELIER

Dirk Vermaelen: “Brancusi hecht heel veel belang aan fotografie en film; voor hem is het een ideaal middel om zijn werk te documenteren en vooral te duiden. Daarom vestigen wij de aandacht op dat aspect bij het begin van de tentoonstelling. Hij heeft duidelijk de laatste zeg over de manier waarop zijn werk in beeld wordt gebracht. Naast de goed uitgelichte, zuiver documentaire beelden, maakt hij ook zelfportretten of beelden die een reflectie over zijn werk inhouden.”

 

Het is niet uitzonderlijk de schaduw van de meester als een schim te zien verschijnen naast het uitgebeelde beeldhouwwerk; zo beklemtoont hij de eenheid tussen schepper en schepping.

 

Maar de fotografie documenteert ook Brancusi’s atelier. Hij toont zijn werk, hemzelf tussen zijn werken in variërende opstellingen, maar ook de gasten die hij er ontvangt. Het atelier staat ten slotte centraal in zijn leven. Hij ontvangt er dustalrijke bezoekers van diverse pluimage, waardoor de mythe van de eenzame asceet ook wordt doorprikt. Het zijn landgenoten zoals Irina Codreanu, een beeldhouwster, of Tristan Tzara, de uitvinder van het dadaïsme; het zijn collega’s, zoals Marcel Duchamp, Fernand Léger of Amedeo Modigliani die hij tot beeldhouwen aanzet, maar die afhaakt omdat hij het medium te traag vindt. Fotografen maken hun opwachting: Man Ray en Edward Steichen. James Joyce is graag van de partij, net als componist Erik Satie. Brancusi zorgt voor kostuums en choreografie die op muziek van Satie uitgevoerd wordt door Lisica Codreanu, de zus van beeldhouwster Irina. In de tentoonstelling zal een nieuwe choreografie van Anne Teresa de Keersmaeker op muziek van Erik Satie die band tussen Brancusi’s werk en de muziek opnieuw beklemtonen. De helderheid van Saties muziek gaat in zuivere dialoog met de minimalistische zuiverheid van Brancusi’s beelden. “Elke sculptuur is beweging,” stelt de meester zelf.

 

Bijna een halve eeuw lang heeft Brancusi een belangrijke rol gespeeld op de artistieke scène. Heel wat kunstenaars hebben zich aan zijn werk gespiegeld, en niet van de minsten. Volledigheidshalve toch nog vermelden dat Henry Moore een onvoorwaardelijk bewonderaar was; niet enkel voor zijn inhoudelijke aanpak, ook omwille van zijn techniek. Toch bestaat er ook onbegrip en dat leidt dan tot spijtige misverstanden. Een gebogen vrouwelijke figuur wordt uit een tentoonstelling geweerd omdat de organisatoren er eerder de uitbeelding van mannelijke genitalia in zien. Brancusi ontkent, al is erotiek wel degelijk in zijn werk aanwezig, zij het onderhuids.

 

KUNST OF KITSCH?

Erger wordt het als het beeld niet als beeld wordt herkend. Dat incident geeft aanleiding tot een ‘cause célèbre’ in de kunstwereld. Wat zijn de feiten? In 1926 onderschept de Amerikaanse douane in New-York een beeld van Brancusi, waarvan zij vindt dat het een metalen werktuig is dat illegaal het land wordt binnen gesmokkeld. Een daarop geldende invoertaks wordt aangerekend.

 

Het beeld L’Oiseau dans l’Espace is uitgevoerd in gepolijst brons, lang en smal, 140 centimeter hoog en amper 14 centimeter op zijn breedste punt, een lichte welving die het lijf van de vogel suggereert; bovenaan, amper te onderheiden, het plat kopje van het dier. Een uiterst verfijnd werk, zoals ook Marcel Duchamp betoogt, die het werk op zijn reis begeleidt. De douaniers zijn niet onder de indruk en het komt tot een proces dat door de kunstwereld met de grootste belangstelling wordt gevolgd. De argumentatie van de aanklager luidt dat hij in die lange staaf onmogelijk een kunstwerk kan zien; de zwakte in zijn argumentering is dat hij niet juist weet waartoe dat vreemdsoortig instrument kan dienen. Brancusi verdedigt zijn standpunt met vuur en haalt zijn slag thuis. De rechter erkent dat dit het werk van een kunstenaar is en toont zich zelfs gecharmeerd door zijn verfijndheid. De gevraagde invoertaks moet niet betaald worden, een vrijstelling die normaal is voor kunstwerken.

 

DE EINDELOZE ZUIL

Verfijning en eenvoud zijn kenmerkend in Brancusi’s werk. Zijn sculpturen nodigen uit tot introspectie en meditatie, zelfs op heel grote schaal. Een duizelingwekkende zuil die als een schroefas opwaarts wiekt tot een hoogte van dertig meter staat eenzaam op een open vlakte in het park van Târgu Jiu in Oltenië, een landstreek in Zuidwest Roemenië. De Eindeloze Zuil is onderdeel van een herinneringssite voor de helden uit de Eerste Wereldoorlog. Iets verderop staat de Tafel der Stilte, een ronde stenen tafel met errond een aantal zitjes opgebouwd uit de eenvoudigste geometrische vormen: twee op elkaar geplaatste halve bollen. De site wordt vervolledigd met een cyclopisch aandoende poort, De Poort van de Kus. Dit indrukwekkend oorlogsmonument realiseerde Brancusi in 1938. Het mag ongetwijfeld gezien worden als het best geslaagde voorbeeld van dit soort herinneringsmonumenten, maar het reikt veel verder. Door de weglating van elke anekdotische verwijzing krijgt het een universele draagkracht. De zuil met zijn oneindig herhaald motief van een diamantvormige kraal lijkt inderdaad eindeloos te stijgen; je raakt de tel kwijt en de zuil blijft maar stijgen. Eenvoudiger dan de tafel met haar zandlopervormige stoelen kan je parkmeubilair niet ontwerpen. De schonkige poort herinnert aan de blokvormige Kus, een van Brancusi’s eerste weken. En tegelijk wortelen die vormen diep in de traditie van het Roemeense platteland: de schroefdraad van de wijnpers, de reliëfdecoratie op de portalen van omsloten boerderijen, het primitieve meubilair. Herinneringssymboliek, volkscultuur, mythologische en natuurthematiek, Brancusi weet ze samen te brengen in een universeel helder afleesbaar idioom.

 


TENTOONSTELLING

Brancusi Nog t.e.m. 12 januari 2020 – Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur (donderdag open tot 21 uur) – Gesloten: maandag – BOZAR/Paleis voor Schone Kunsten – Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel – T 02 507 82 00

www.bozar.be

www.europalia.eu