Waarom de MuseumPrijs?
België telt honderden unieke musea. Allemaal koesteren en bewaren ze ons kunstbezit en erfgoed dat ze aan het publiek tonen. Daarom verdienen musea een prijs.
De MuseumPrijs is een initiatief van het tijdschrift Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen, met de steun van het advocatenkantoor Linklaters.
De jury legt bij de selectie alle aspecten van de museumwerking in de weegschaal, met bijzondere aandacht voor publieksvernieuwing. De winnende musea worden uitgenodigd het geldbedrag te besteden aan projecten die een nieuw publiek aantrekken: kinderen en jongeren, personen met een handicap, kansarmen…
30.000 euro plus een publieksprijs van 7500 euro.
De MuseumPrijs bekroont elk jaar één museum in Vlaanderen, één museum in Brussel en één museum in Wallonië met telkens 10.000 euro. Naast deze prijzen die door een jury worden toegekend, is er ook voor elk van de drie regio’s een publieksprijs van 2.500 euro.
Musea koesteren kunst en erfgoed
België telt honderden unieke musea: een aantal grote bekende en veel meer kleine die kwistig over het land verspreid liggen. Musea voor schone kunsten, huismusea, kunstenaarsateliers en kerkschatkamers, musea over ambachten, archeologie en architectuur, over eten en drinken, etnografie, fotografie en muziek, over industrie, techniek, transport en wetenschappen, over oorlog en vrede. Allemaal koesteren en bewaren ze ons kunstbezit en erfgoed die ze aan een zo groot mogelijk publiek willen tonen.
Ook musea verdienen een prijs
Er zijn nogal wat culturele prijzen, in alle formaten en gewichten, voor alle domeinen van het kunstenlandschap: proza en poëzie, beeldhouwkunst en schilderkunst, fotografie en film, muziek en theater… Er zijn de officiële prijzen van steden, provincies en gewesten, naast vele privé-initiatieven. Wat opvalt is dat zelden of nooit een museum bekroond wordt. Men kan blijven zoeken naar de oorzaken waarom musea zo weinig in de prijzen vallen. Of men kan er iets aan doen.
Publieksvernieuwing: welkom
De jury van de MuseumPrijs legt bij de selectie de hele museumwerking in de schaal: het behoud en het beheer van de collectie, de presentatie ervan en de publiekwerking. Belangrijk is dat de prijs oog heeft voor de manier waarop musea initiatieven nemen die het publiek betrekken bij al deze aspecten van de museumwerking.
De winnende musea worden uitgenodigd het geldbedrag te besteden aan projecten die actief een nieuw publiek aantrekken: kinderen en jongeren, personen met een handicap, kansarmen… Dergelijke projecten vallen wat betreft de subsidiëring vaak tussen wal en schip. De musea verwelkomen een prijs die deze initiatieven financieel ondersteunt.
De MuseumPrijs: € 30.000
De MuseumPrijs bekroont elk jaar één museum in Vlaanderen, één in Brussel en één in Wallonië. Elk van de drie winnende musea wordt beloond met 10.000 €. Er is één gezamenlijke prijsuitreiking.
De MuseumPrijs wil alle musea maximale kansen geven om te winnen. Vooral goedwerkende kleinere, minder bekende en/of vernieuwende musea mogen niet uit de boot vallen. Er wordt een regionale opdeling ingesteld (het zal niet altijd een groot ‘Brussels’ museum zijn dat wint).
Voor elk van de drie regio’s wordt een shortlist van maximum vijf musea samengesteld. De aanduiding van deze nominaties gebeurt door een vijfhonderdtal stakeholders van de museumsector (musea, museumverenigingen, media, overheid…). Zij krijgen allen een anoniem stemformulier waarop ze voor elk van de drie regio’s drie musea kunnen aanduiden in volgorde van hun voorkeur. De vijf best geklasseerde musea per regio komen op de shortlist. Ze zullen alfabetisch worden vermeld: de rangschikking speelt niet mee.
De eindjury kiest uit de drie lijsten met nominaties de drie winnaars. Er is één jury voor de drie prijzen.
Drie nieuwigheden
Het reglement van de MuseumPrijs kreeg met de editie 2007 drie belangrijke aanpassingen.
Een eerste nieuwigheid was de positieve discriminatie ten aanzien van de kleinere musea. Er zal altijd minstens één museum met een personeelsbestand van minder dan vijf werknemers op de shortlist staan.
De tweede verbetering had betrekking op de PublieksPrijs die eveneens voor elk van de drie regio’s wordt uitgereikt. Het eerste jaar streden ze enkel voor de eer. Vanaf de tweede editie stelde Linklaters voor elk van hen 2.500 euro ter beschikking.
Een laatste aanpassing van het reglement bepaalde dat musea die de Museumprijs of de PublieksPrijs hebben gewonnen gedurende de vijf volgende edities niet meer in aanmerking komen. Het is de bedoeling zoveel mogelijk musea kansen te bieden de prijs in de wacht te slepen.
Het publiek stemt
Stemming gebeurt via de websites www.museumprijs.be en www.prixdesmusees.be. Het publiek kan ook gebruik maken van stemformulieren die verspreid worden via de mediapartners.
De kiezer krijgt voor elke regio de lijst met musea die in aanmerking komen. Indien hij of zij een stem wil uitbrengen op een museum dat niet op de lijst voorkomt, kan de kiezer per regio één museum toevoegen. In het geval dat een museum dat niet op de officiële lijst staat als eerste in het publieksklassement zou eindigen (wat zeer onwaarschijnlijk is), is het aan de jury om uit te maken of dit museum toch de publieksprijs krijgt. Wie meedoet aan de MuseumPublieksprijs kan talrijke mooie prijzen winnen.
De prijs van de KinderJury
De prijs van de KinderJury richt zich voornamelijk op de kindvriendelijkheid en de toegankelijkheid voor kinderen. In elk van de drie regio's (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) mogen alle kinderen tot en met 14 jaar stemmen op hun favoriete museum. Daarbij wordt tevens een korte motivatie van hun keuze gevraagd. Stemmen kan via de websites www.museumprijs.be en www.prixdesmusees.be. De optelsom van alle quoteringen bepaalt voor elk van de drie regio's de winnaar van de Prijs van de Kinderjury. De winnende musea mogen zichzelf als kindvriendelijkste museum in hun regio uitroepen.
Stemmers van de PublieksPrijs en Prijs van de KinderJury maken kans op verschillende mooie prijzen.































